Friday, October 2, 2009

Cultureel ondernemerschap onderzocht

Cultureel ondernemerschap laat zich moeilijk definieren maar we zien wel een enorme groei (kwantitatief maar ook inhoudelijk) van de creatieve industrie. Een aantal boeken geven niet meer als een handleiding beleid ontwikkelen, plannen meetbaar maken (SMART), overheid bewerken.... met een etiketje kunst of cultureel ervoor. Voor een serieuze poging moeten we naar de oratie van Giep Hagoort (6 juni 2007):"Over het onderzoek naar de vrijheid van kunst maken en de vrijheid van ondernemen". Hagoort is sinds 2006 de eerste hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit van Utrecht. Hij beoogt de oprichting van een European Research Center of Cultural Entrepeneurship.
Het conceptuele Cultureel ondernemerschap, zo zegt Hagoort, is missiegedreven, balanceert tussen culturele en economische waarden en heeft zorg voor de culturele infrastructuur. Vier invalshoeken geven inzicht in het ondernemen als algemeen kennisgebied: innoveren, persoonlijke drive, bedrijfsplanning en overleven. Deze invalshoeken zijnook herkenbaar in de creatieve industrie. Bij theorievorming gaat het om de vraag naar de fundamenten van een onderzoeksgebied. Twee, op de autonomie-ontwikkeling gerichte, positieve vrijheden zijn te beschouwen als het fundament van cultureel ondernemerschap: de vrijheid van het maken en tonen van kunst én de vrijheid van het ondernemen. In een kunsteconomisch proces komen deze twee vrijheden tezamen. De materiële on-
dernemingsvrijheid is in dit proces dienstbaar aan de op verbeelding gerichte artistieke vrijheid.